Je kent het misschien wel: je zit lekker in je training, je voelt je fit en kan een paar keer per week trainen, maar dan gebeurt er iets in je leven. Je krijgt een kind, begint een nieuwe studie, of je werk heeft een drukke periode. Dit zijn momenten waarop je misschien minder kunt trainen en wat ongezonder eet.
Als ik hierover met iemand spreek, merk ik dat mensen hier vaak van balen. Meestal zit iemand al in een stressvolle periode door een grote verandering, en dan gaat diegene zich ook nog druk maken over onbehaalde trainingsdoelen. Daar schieten we natuurlijk niets mee op. Met deze blog hoop ik wat duidelijkheid te geven over dit onderwerp.
Het ‘Sickness/Wellness/Fitness Model’
Binnen CrossFit hebben we het Sickness/Wellness/Fitness Model. Het principe is dat je elke gezondheidsgerelateerde meting in één van deze drie categorieën kunt plaatsen. Dit kan gaan om bloeddruk en rusthartslag, maar ook om CrossFit benchmark workouts.
Als jij bijvoorbeeld 1600 meter onder de 7 minuten kunt hardlopen, dan zit je ver in de fitnesscategorie en hoef je je waarschijnlijk ook geen zorgen te maken over je bloeddruk of rusthartslag.
Omgekeerd werkt dit natuurlijk ook. Doe jij meer dan 13 minuten over 1600 meter, dan zit je waarschijnlijk in de ‘sickness’-categorie. Zit je ertussenin, dan val je in ‘wellness’. Dit is ook de reden waarom we binnen CrossFit workouts meetbaar maken: zo kun je goed zien hoe fit je bent.
Daarnaast is het doel van CrossFit om mensen zoveel mogelijk in de fitnesscategorie te krijgen. Hoe fitter je bent, hoe verder je van ‘sickness’ verwijderd bent. Het kost dus best een periode van inactiviteit voordat je daadwerkelijk in de ‘sickness’-categorie belandt.
Dus wat is nu precies je punt?
Mensen die niet sporten en ongezond eten zitten vaak in de overgang tussen ‘sickness’ en ‘wellness’. Er hoeft maar iets te gebeuren en ze worden ziek of krijgen een blessure. Dit is waar de meeste inactieve mensen zich bevinden.
Als regelmatige sporters zullen jullie snel bovenin ‘wellness’ of in ‘fitness’ zitten. Een periode van minder sporten en wat ongezonder eten kun je echt wel aan. Dat zijn juist de periodes waar we voor trainen.
Stel dat ik een vetpercentage van 10% heb. Na een periode van inactiviteit zit ik misschien op 14%. Minder fit, maar nog steeds prima. Als ik op 18% had gezeten, zou ik opeens boven de 20% uitkomen, waardoor ik in een ongezonde categorie zou belanden.
Uiteraard is het wel belangrijk dat je daarna weer aan de slag gaat. Misschien niet zo intensief als je eerst deed, maar wel met een trainingsvolume waarmee je weer richting ‘fitness’ kunt werken.
Merk je dat je hiermee worstelt en je routine niet meer op orde krijgt? Vraag dan eens hulp aan één van de coaches. Of vraag naar Timo of Allard voor een gesprek. Dan kunnen we samen kijken wat voor jou mogelijk is.
Door: Allard de Heer
